Stampersgat dankt zijn naam vermoedelijk aan de teelt van de meekrap. Ruim 400 jaar geleden was de teelt van deze plant de voornaamste bron van inkomsten. De wortel van de meekrapplant zorgde, indien gedroogd en geplet (gestampt), voor een mooie rode kleurstof, waarmee men kleur gaf aan wol en katoen. Uit de historie blijkt dat er een zogenaamde "meestoof" in deze omgeving stond, een droogtoren, waarin de plant te drogen gelegd werd. Waarna de wortels werden gestampt tot een poeder. Wellicht was dit beroep van stamper het beroep van een van de eerste bewoners van ons huidige Stampersgat. Jan Janszoon Stamper bewoonde reeds in 1628 een hoeve in de nabijheid van het dorp.

Tijdens het jaarlijkse Carnavalsfeest heet het dorp "Meekrapdurp" en zijn de inwoners "Meekrapstekers" geworden. Gedurende deze dagen waakt ons hekske Rubia (rood) over ons dorp en op dinsdagavond, de laatste avond van Carnaval, wordt zij met veel spektakel en vuurwerk verbrand, een schouwspel dat vele kijkers trekt.                                                       

In het meekrap-avondrood van onderstaande foto herkent u  het silhouet van ons dorp, met zijn kerktoren en watertoren en op de voorgrond onze akkers. Het dorp telt ongeveer 1245 inwoners. 
De camping staat onder de bomenrand, rechts van de kerk.